Gebouw

Download deze rubriek als PDF document
Het exterieur van de kerk


De Sint Martinuskerk behoort tot de oudste kerken van Fryslân. Na de bouw van een tal moederkerken ontstond omstreeks 1100 de Wirdumer kerk als dochterkerk. Het parochiegebied was veel uitgebreider dan tegenwoordig. Op haar beurt fungeerde de Wirdumer Martini weer als moederkerk voor andere dorpen. De tekst op het ANWB-bordje bij de ingang is dan ook niet helemaal juist. Het oorspronkelijk gebouw bestond uit een een-beukige kerk met een toren aan de gebruikelijke westzijde, kerk en toren bestonden uit tufsteen (dowestien). Misschien is dit stenen gebouw voorafgegaan door een houten kerkje. Binnen het muurwerk van nu zijn nog tufstenen restanten van romaanse raampjes. Tot 1581 was de Martinuskerk een Rooms-katholieke kerk, sinds die tijd een Protestantse kerk.

Sint Martinus werd omstreeks het jaar 316 in Italië geboren en overleed in 397. Martinus kwam in het Romeinse leger en diende in Gallië, het latere Frankrijk. Daar werd hij tot het Christendom bekeerd. Hij stichtte op latere leeftijd een klooster in Marmoutiers (Frankrijk), van waaruit zending werd bedreven in de omgeving. Vervolgens werd hij bisschop in Tours in midden-Frankrijk. Hij zou erg vrijgevig zijn geweest. Sint Martinus of Sint Maarten was in het noorden van ons land een zeer bekende heilige en er zijn veel kerken aan hem gewijd. Zijn gedenkdag is 11 november. Het patrocinium Sint Maarten duidt ook op hoge ouderdom van de kerk.
Ongeveer tweehonderd jaar na het begin kreeg de oorspronkelijke kerk twee uitbouwsels, “cadeautjes” van adellijke families. In de eerste plaats de Oenemakapel, ook wel Camminghakapel genoemd naar de latere bewoners van Oenemastate, aan de noordzijde. Daarnaast verrees een kapel aan de zuidkant. Deze laatste uitbouw kreeg zelfs een eigen toren. De kerk pronkte toen met twee torens, erg uitzonderlijk. Het is onbekend wie de stichter is geweest voor deze kapel met toren, waarschijnlijk de Jousma’s of de Camstra’s.
De Oenema-kapel bestaat nog steeds uit kloostermoppen; kenmerkend zijn hier de drie hoge korfbogen in romano-gotische stijl. Helaas is het schip in latere tijden vrijwel geheel met kleinere steen omkleed. Andere gedeelten bestaan voornamelijk uit dertiende eeuwse baksteen, zogenaamde Friese kloostermoppen of âlde friezen. Aan de koorzijde echter ziet men nog restanten van het dertiende-eeuwse gebouw: een in wild verband gemetseld muurgedeelte met een fragment van een rondboogfries. De drie steunberen zijn ook van moppen, drie maal onderbroken door een band van tufsteen, en zouden gelijk met het koor kunnen zijn gebouwd.

De westelijke toren is in 1688 door de kerkvoogden – die behoefte hadden aan geld – voor € 2.173,61 (f. 4.790,-) verkocht aan de cementindustrie in Makkum! Sinds die tijd dragen de Wirdumers de bijnaam “Tuorkefretters”. Deze naam wordt levend gehouden in de dorpskrant, die sinds zijn bestaan met de naam “De Tuorkefretter” is getooid. Landschapstimmerman Pieter Jansen zorgde er voor dat in 1716 de westelijke gevel weer een passende sluiting kreeg.
De huidige toren is in 1806 opgericht. De zadeldaktoren die op deze plek stond, was zo bouwvallig geworden, dat men besloot hem af te breken en te vervangen.

Het interieur van de kerk
Ruimtelijk gezien behoort het interieur van de Sint Martinuskerk tot de meest fascinerende van Fryslân, wat vooral wordt veroorzaakt door bovengenoemde nissen. De noorder uitbouw is de begraafkapel geweest van de Oenema’s en daarna van de Cammingha’s. Hier stond ook het familiealtaar. “In deze nis bevindt zich nu een kapel.
Op 2 november 2008 is deze kapel toegewijd voor gebruik in de gemeente. In het winterseizoen worden hier geregeld vespers en bijeenkomsten voor jongeren gehouden. De twee nissen met glasplateaus geven gelegenheid om tijdens de diensten (en andere momenten wanneer de kerk geopend is) een kaarsje aan te steken als vorm van gebed.”
Naast het hoogaltaar in het koor bezat de kerk in de katholieke tijd minstens 3 altaars. Kerkbanken bestonden toen niet of nauwelijks.

Na de restauratie van 1983 maken de noorder kapel als geheel en de zuidelijke kapel gedeeltelijk weer deel uit van de kerk. Het houten plafond uit de Oenemakapel is toen verwijderd en het oude kruisribben gewelf is nu weer zichtbaar. Ook het nog bestaande deel van de zuidelijke beuk kwam weer bij de kerk. Hier hangt nu een in 1984 door Jan Murk de Vries vervaardigd kruisbeeld. In dit gedeelte van de kerk is ook een toegang tot de toren gemaakt. Jammer genoeg moest dit gaan ten koste van het “hûnegat”, een arrestantencel. Het negentiende eeuwse gewelf van het schip is in 1982 weggebroken. Daar zich erboven nog de ribben van een gotisch gewelf bevonden, kon dit oude tongewelf in ere worden hersteld. Bij de restauratie kwam, een romaans venstertje voor het licht. Helaas is dat weer weg gemetseld; groeven in de stuclaag geven de plaats aan waar dat was.

In de kerk bevinden zich twee rouwbordjes, overblijfsels van een hele serie rouwborden die de kerk sierden voor de Franse tijd.

De preekstoel, een product uit de negentiende eeuw en vóór de restauratie gesitueerd in het koor, heeft bij de restauratie zijn oude plek tegen de zuidelijke muur teruggekregen.

Het op de westelijke gaanderij geplaatste orgel heeft grote monumentale waarde. Het instrument bevat onderdelen van een orgel, dat van 1688 – 1690 werd gebouwd door Harmen Janszoon uit Berlikum. De vergroting van het orgel werd in 1788 – 1790 uitgevoerd door de bekende firma Van Dam te Leeuwarden. De firma Van Dam heeft gedurende ongeveer 150 jaar talloze orgels verbouwd en ongeveer 500 nieuwe orgels vervaardigd, waaronder de vergroting van het orgel in de Sint Martinuskerk te Wirdum. Van Dam maakte nieuwe windladen, nieuwe mechanieken, nieuwe klavieren en een nieuwe onderkas.

De luidklokken
Noemenswaardig zijn ook de twee luidklokken die in de toren hangen. De grote klok werd in 1727 gegoten door de Amsterdamse klokkengieter J.A. de Grave. Deze klok heeft een diameter van circa 138 cm en weegt maar liefst 1810 kg. De kleine klok is veel ouder. Zij stamt uit 1338 en weegt 1180 kg. Deze klok werd gegoten door Stefanus, een vrij onbekende klokkengieter. De kleine klok was sinds mensenheugenis gescheurd en de laatste 50 jaar buiten gebruik. Dankzij een breed gedragen dorpsactie werd deze klok in 1999 gelast door de Fa. Lachemeyer te Nördlingen. Ze is thans weer in functie. Het is een wonder dat beide klokken de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd.

De klokken

De vroegere schoolmeesters van Wirdum: Epkema en Hellema schreven over de klokken:  “Niettegenstaande voormalige reparatien, stortte omstreeks 1595 het grootste gedeelte van den grooten toren in en veroorzaakte groote schade aan de kerk en verpletterde het uurwerk, dat met veel moeite door de ingezetenen onder den bouwval is weg gekregen. De klokken stortteden mede in, waarvan een nog tot een dagelijksch gebruik dient, doch toen een weinig gescheurd. Deze klok zoude volgens oude aanteekening 4118 [lb?] zwaar zijn, doch staat niet te geloven. Zij bevat eene Latijnsche inscriptie n.l. dum trahur audite rogo vos ad sacra venite consolor viva fleo mortua, pello nociva, Stephanus me fecit anno domini MCCCXXVIII.”

As ik lutsen wurd, harkje
Ik rop jimme ta de hillige dingen
Kom, ik treast de libbenen
Ik begul de deaden, ik hald it skealike tsjin.
Stephanus hat my makke yn it jier fan de Heer 1338.
Vertaling: Jaep Dykstra

Als ik getrokken word, hoort!
Ik roep u tot het heilige, komt!
Ik troost het levende, beween het doode, verdrijf het schadelijke.
Stephanus heeft mij gemaakt in het jaar des Heeren 1338.

Bron vertaling: ‘Friese Klokke-opschriften’
G.H van Borssum Waalkes 1885

Deze informatie is ontleend aan een uitgebreidere brochure over de Sint Martinuskerk. Bij de samenstelling daarvan is dankbaar gebruik gemaakt van een aantal teksten – van de hand van Jaep Dykstra (Wirdum) – uit de brochure “Open Monumenten in de dorpen ten zuiden van Leeuwarden in 1989”, die is gemaakt ter gelegenheid van de open monumentendag op 9 september 1989.