Op maandag, 4 mei 2026 vond in Wirdum op waardige wijze de traditionele dodenherdenking plaats rondom het oorlogsmonument op het kerkhof van de Sint Martinuskerk. Een belangrijke rol was daarbij weggelegd voor kinderen van de dorpsscholen van Wirdum en Wijtgaard. Net als voor de zanggroep Sawat Suver. Het geluid werd verzorgd door Letizia de Wal.

De herdenking werd bijgewoond door een groot aantal bezoekers uit Wirdum Wijtgaard en Swichum. Een impressie.

Welkom

Jan Sybren de Jong opent de bijeenkomst en bedankt ieder voor zijn of haar komst. Hij geeft inzicht in het verloop van het programma. Het thema van de herdenking is dat van het Nationaal Comité 4 en 5 mei: “De geschiedenis leren begrijpen”. Tussen de verschillende onderdelen door wordt geluisterd naar zang van Sawat Suver. Dit koor wil met zijn optreden vanavond deze aansprekende boodschap afgeven: “Us ferskes gean ek oer ’t gewoane fan minsken mei inoar. Wy binne mei elkoar ûnderweis op dizze wrâld en as wy yn dizze yndividualistyske wrâld net ferjitte om om elkoar te tinken, dat kinne wy alles wat der bart, better ferdrage”.

Eerder vandaag zijn er bloemen gelegd op het graf van Joop Andringa in Wytgaard.  Hij was tewerkgesteld in Osnabrück en is omgekomen bij een bombardement.

Toespraak

De toespraak van Dyane Woudstra is een vrije bewerking van de tekst van Nikki Sterkenburg, de vicevoorzitter van het Nationaal Comité. Dyane geeft aan, dat de duizenden Nederlandse oorlogsslachtoffers een doorsnee vormden van een samenleving, die door de oorlog werd overvallen; onwetend dat ze dat ooit zouden moeten meemaken. Voor ons is het belangrijk om te begrijpen, hoe het zover kon komen. Net als de vraag, of dat opnieuw kan gebeuren. De meeste Nederlanders waren in de oorlogsjaren niet extreem goed of extreem fout maar ergens daar tussenin: stil, afwachtend, bang. Ze zwegen, dachten dat het zo’n vaart niet zou lopen. Nederland zou neutraal blijven, net als in de Eerste Wereldoorlog. De democratie was stevig verankerd. Massamoord? Dat gebeurde elders in de wereld, of in andere tijden. Niet hier, niet nu, niet bij ons. En toch gebeurde het. Het begon met woorden. Met het aanwijzen van “de ander”, met “wij-zij-denken” dat steeds scherper werd, dat opschoof naar ontmenselijken. Joden, Roma en Sinti werden vergeleken met ongedierte en ziektes. En zo werd langzaam een weg geplaveid voor een nieuwe werkelijkheid.

Na 1945 werden de mensen geëerd, die zich heldhaftig en met gevaar voor lijf en leden hadden verzet. Later kwam er aandacht voor de slachtoffers. Opvallend genoeg was er eigenlijk weinig aandacht voor de duizenden Nederlanders, die stap voor stap medeplichtig werden – die dachten: “Ik ben geen slecht mens, ik doe wat mij wordt opgedragen.” Allemaal doorsnee-mensen, die niet wakker werden met de gedachte: “Laat ik me vandaag medeschuldig maken”. En toch werkten ze er allen op hun eigen manier aan mee: soms onwetend, soms onder druk, soms ook heel bewust. “Het is maar een kleine opdracht.” Of: “Ik volg alleen orders op.” Of:  “Als ik het niet doe, dan doet een ander het wel.”

En dan was er de stilzwijgende meerderheid. Dachten zij: het zijn de anderen, ons treft het niet? Zwegen deze omstanders uit angst, onverschilligheid, of ongeloof? En wanneer kwam het moment dat zij ontdekten, dat niemand veilig was? Vaak gaat het op 4 en 5 mei over de vraag wat jij zou hebben gedaan – zou jij een stille toeschouwer zijn geweest of mensen hebben geholpen? Een logische vraag, maar het gaat voorbij aan de kleine, verraderlijke stappen waardoor alledaagse mensen medeschuldig kunnen worden. We leven in een complexe tijd, waarin veel op je af komt. Waarin mensen nieuws-moe zijn en wereldleiders belangrijke waarden en omgangsvormen opzij schuiven. Een tijd waarin verdraagzaamheid niet vanzelfsprekend meer lijkt. Waarin we advies krijgen, een noodpakket aan te schaffen.

Juist nu is het tijd om niet alleen te herdenken, maar om ook binnen het dorp, vereniging, en met je naasten te praten over de ingewikkelde wereld om ons heen. Over hoe moeilijk het is om positie in te nemen. Om tegenwicht te geven. Wanneer het tijd is om uit je comfortzone te stappen, moed te betonen. Dragen we samen uit dat we de keuze hebben om het goede te doen?

We zijn hier samen, met jong en oud. Arbeiders en notabelen. Huismoeders en boeren. burgers, misschien militairen. Mensen met plannen, dromen, levens. Als we nu al niet durven in een periode waarin het veilig is, zullen we dat misschien wel nooit.

Gedicht

Yvonne de Vries draagt voor het gedicht “De stilte die we dragen”.

De stilte die we dragen

Het begint vaak bij de voeten.
Het grind dat even niet mag kraken,
de adem die we zachtjes parkeren
in de holte van onze hand.

We staan hier niet om terug te kijken
als in een spiegel van enkel glas,
maar om te zien hoe de barsten van toen
vandaag nog door ons landschap lopen.

Vrijheid is geen bezit,
geen munt die je eenmalig slaat.
Het is een werkwoord, een spier,
iets dat we dagelijks moeten oefenen
omdat het anders versteent.

Twee minuten lang
lenen we onze stem aan de stilte.
Niet omdat er niets te zeggen valt,
maar omdat sommige verhalen
alleen hoorbaar zijn
als wij even ophouden met ruisen.

Kijk naar de namen in het steen,
of naar de leegte tussen de letters.
Zij gaven hun morgen voor onze vandaag.
Wij geven deze stilte terug,
als een belofte voor de weg die voor ons ligt.

Zodat we morgen weer durven spreken,
tegen de uitsluiting, tegen de angst.
Gesterkt door de wetenschap
dat we hier samen stonden,
even, in het hart van de herinnering.

De Last Post en stilte

Trompettiste Henriët Scheepsma blaast de Last Post, waarna de klok 20.00 uur slaat, gevolgd door 2 minuten stilte.

Volkslied, kranslegging en bloemenhulde

Aansluitend zingen we samen het Wilhelmus. Ondertussen hijsen jongeren (Vera Lesterhuis en Lykke Molenaar – school Wirdum en Djurre Visser, Melle Jorna, Yke Kingma en Pieter Jorna – school Wytgaard) de vlaggen in top.

Namens onze gemeenschap wordt de krans bij het oorlogsmonument en graf van sergeant William Robert Fisher opgehangen door Sjors Hempenius (voorzitter Doarpsbelang Wurdum – Swichum) en Pieter de Roos (voorzitter Doarpsbelang Wytgaard).

Chris Reitsma hangt namens de scholen een krans bij het oorlogsmonument.

Feline van der Wal legt de bloemen bij het graf van Cornelis Bosma, die als dwangarbeider tewerkgesteld was in een Duitse fabriek en dit niet overleefde.

De kinderen en de leden van het 4 mei comité (Haije de Boer, Piet Sizoo, Yvonne de Vries, Geertje van der Meer, Jan Siebren de Jong en Dyane Woudstra) leggen rozen op een van beide oorlogsgraven en lopen daarna rechtsom in stilte naar de uitgang van het kerkhof. Ze worden gevolgd door de bezoekers.

Meer foto’s van deze herdenking vindt u op: Fotowebsite KerkinWirdum.