
Johannes 13 vers 1-15. Kern: vers 4 en 5.
Jezus legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek
om en goot water in een waskom.
De voetwassing wordt gesymboliseerd met water, een (linnen) doek en bloeiende viooltjes. Het kleine viooltje wordt vaak geassocieerd met de drie-eenheid vanwege de drie kleuren, zoals bij de iris. In de middeleeuwse miniaturen in de Bijbel zie je vaak het viooltje getekend als symbool voor nederigheid. Het witte viooltje symboliseert het onschuldige, het zachtmoedige.
Woorden bij de schikking:
De wind waait,
het maakt het grote klein,
witte bloemen
teer en onschuldig
als teken van zachtmoedigheid.