Johannes 4 vers 1-26. Kern: vers 3 en 4.
Jezus verliet Judea en ging weer naar Galilea. Daarvoor moest hij door Samaria heen.

De ontmoeting bij de bron staat centraal in deze schikking. De grote vaas is gevuld met water en irissen en de middelgrote vaas met water als verwijzing naar de bron. De iris is driekleurig en is een drietallige bloem, een verwijzing naar de Vader, de Zoon en de heilige Geest. De kleuren van iris zijn blauw, wit en geel. Blauw – de kleur van de lucht, de hemel en het water; wit – de kleur van de onschuld en geel – de kleur van het goddelijke.

Woorden bij de schikking:
Water, levensbron,
de iris, een teken voor de drie-eenheid,
hemelsblauw, goddelijk geel en zuiver wit.
De iris kleurt onze ogen
waardoor we kunnen zien
naar de ander.