In ons kerkblad ‘Op ‘e Hichte’ schrijven meerdere columnisten regelmatig een column. In het septembernummer schreef Michel van Vierzen het volgende:

De zomer loopt langzamerhand ten einde en het was zeker geen saaie tijd. Niet dat ik persoonlijk verre reizen heb gemaakt tijdens mijn zes weken durende zomervakantie. Integendeel, ik heb – om het zo maar even te zeggen – amper een stap buiten het dorp gezet. Saai? Nee!

Er is namelijk van alles gaande in de wereld: oorlog in de Oekraïne, her en der hittegolven gepaard gaande met extreme droogte, droogvallende rivieren en alles vernietigende bosbranden, een probleem met een teveel aan stikstof en daardoor boze boeren, boze milieuorganisaties en overal omgekeerde Nederlandse vlaggen en wapperende rode zakdoeken, geen voldoende opvangplekken voor mensen die om wat voor reden dan ook naar Nederland zijn gekomen, treinen die niet meer rijden omdat de Nederlandse Spoorwegen niet voldoende personeel hebben, ho wacht, er is bijna overal wel een personeelstekort, inflatie zoals we die al decennia niet hebben gekend, werkelijk uit de pan rijzende energie- en brandstofprijzen en zo heb ik volgens mij wel de meest in het oog springende zaken genoemd.

Kortom, de afgelopen maanden dus genoeg zaken om over na te denken. En daarnaast natuurlijk ook genoeg tijd om dat voluit te kunnen doen. Met overgave.

Hoewel ik niet ‘bijbelvast’ ben – dat is toch echt iets voor doorgewinterde protestanten – ken ik uit mijn hoofd wel een aantal klassieke zinssneden uit de Bijbel en eentje daarvan schoot mij naar aanleiding van het vele krant lezen te binnen. Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. Prediker 1 vers 18.

Met name dan die tweede zin. Na verloop van tijd begon ik mij toch af te vragen wat ik met al die kennis moest over wat er in de Nederlandse samenleving en in de rest van de wereld speelt. Meermalen legde ik de krant gedeprimeerd weg om h’m daarna nog een keer op te pakken om dan maar de dagelijkse kruiswoordpuzzel te maken. Tja, soms moet je wat om de zinnen te verzetten.

Nee, de wereldse gang van zaken stemt vandaag de dag niet tot vrolijkheid.

In de tijd dat er nog geen radio, televisie en internet was, toen het absoluut niet vanzelfsprekend was dat je wist wat er aan de andere kant van de wereld aan narigheid plaatsvond, waren rampen en menselijke tragedies ook aan de orde van de dag. Maar wat niet weet, wat niet deert natuurlijk.

Michel van Vierzen

Nu is er geen ontkomen meer aan. Ik kan de krant bij het oud papier leggen of sterker nog, het abonnement opzeggen, maar de ellende in de wereld komt dan wel op een andere manier tot mij. Bijvoorbeeld elk uur nieuws op welke radiozender dan ook. Vreselijk.

En dan nog al die commentaren van deskundigen en andere mensen die ergens iets van vinden. Een eindeloze stroom van meningen waar ik helemaal niets mee kan.

Dat gevoel van onbehagen, waar komt dat toch vandaan vroeg ik me af. Als leraar geschiedenis weet ik dat de wereld vandaag in essentie niet veel anders is dan de wereld in vroeger tijden, dus wat is mijn probleem?

Het antwoord kreeg ik aangereikt door mijn (voor)naamgenoot Michel de Montaigne. In een van zijn essays citeert hij de stoïcijnse filosoof Epictetus: Niet de dingen zelf kwellen de mens, maar de meningen daarover.

Vanaf nu houd ik me maar verre van meningen, inclusief die van mijzelf.

Michel van Vierzen