In het zomernummer van ons kerkblad Op ‘e Hichte staat een redactioneel artikel dat past bij vakantie en onderweg zijn.

Begin vorige maand waren we een paar dagen achtereen op Schiphol. Wachtend op (klein)kinderen die uiteindelijk door technische problemen en het schrappen van twee vluchten niet kwamen. We hebben dus uren wachtend doorgebracht in de enorme centrale hal. Met koffie, broodjes, een boek, een tijdschrift. Vol verbazing kijkend naar de talloze reizigers die onderweg waren. Passagiers, ophalers en brengers, beveiligers, marechaussees en boordpersoneel krioelden door elkaar. Reizigers voorzien van karretjes met torenhoge stapels koffers, soms een enkele handtas, rugzak of handkoffertje, zochten een weg door de drukte. Groepen, gezinnen, koppels, eenlingen waaronder veel jongeren. Mensen die een bordje omhooghielden met daarop de naam van degene op wie ze wachtten. Hier en daar ook mensen, die rustig zaten te wachten op wat komen zou.

Maar verreweg de meesten hadden haast, turend naar de routeborden, zoekend naar hun bestemming. Gezichten soms gespannen, vertwijfeld, opgewekt, vrolijk, verdrietig, gedecideerd. We waren getuige van luidruchtige begroetingen, tranen, slapers op stoelen. Reizigers afkomstig uit alle hoeken van ons land en de wereld. Veel kleuren, talen, veel (zonne)-brillendragers ook, niet alleen op de neus maar ook in het haar.

Het beeld van al die drukte liet me niet los. Al die mensen bij elkaar die elk op weg zijn ergens naar toe. Dat geldt natuurlijk ook voor u en mij. Ook wij zijn onderweg, altijd. Van de wieg tot het graf leggen we een weg af. Die is voor geen mens gelijk. Elk doet tijdens die reis zijn of haar eigen ervaringen op. En als we geluk hebben ontmoeten we onderweg zielsverwanten die met ons verder gaan. Ondertussen torsen we allemaal onze eigen bagage mee, voor de één een grotere last dan voor de ander.

Foto: Klaas Stienstra

Het bijzondere voor een christelijke gemeente als de onze is, dat wij niet alléén, maar samen – met elkaar – op reis zijn. Wij geloven in God en in zijn Zoon Jezus Christus. We delen daarmee een levensbeschouwing. Ik las ergens de uitspraak: “Eén christen, is geen christen”. Die uitspraak verwijst ernaar dat christen-zijn onlosmakelijk is verbonden met gemeenschap-zijn: het gemeenschapskarakter behoort tot de essentie van de christelijke godsdienst. Daarom wordt van oudsher binnen het christendom veel belang gehecht aan gemeenschapsvorming. Je kan misschien ook zeggen, dat we als gemeente een reisgezelschap zijn waarbij we zoveel mogelijk mensen hopen te verwelkomen om met ons die reis af te leggen.

Arie