Paus Franciscus waste de voeten van twaalf
gevangen in de buurt van Rome. ‘Zorg dat je broeders
bent, niet in ambitie maar in dienstbaarheid’, gaf hij
deze mannen mee. Met zijn krachtig voorbeeld diende
hij de kerk om diezelfde houding aan te nemen.

Johannes 13:1-15
Tijdens de maaltijd staat Jezus op. Hij pakt een waskom en gaat de leerlingen langs om hun voeten te wassen. Simon Petrus lijkt verbijsterd: hoe kan de Heer de voeten van hem, een leerling, wassen? Maar Jezus is duidelijk: als ik je voeten niet mag wassen, kun je niet bij mij horen.
De bal ligt bij Petrus, hij heeft de keus zijn voeten wel of niet te laten wassen. Vol overgave roept hij vervolgens uit ‘dan ook mijn handen en mijn hoofd’. In vers 3, voorafgaand aan de voetwassing, plaatst Johannes de voetwassing alvast in een groter kader. Jezus weet dat ‘Hij terug zal gaan naar God’. En meteen vervolgt Johannes met de beschrijving van de voetwassing.

Het is alsof Jezus het nog één keer voor wil doen, voordat Hij straks zal terugkeren naar de Vader. En daarmee zet Hij ook de toon naar de toekomst. In de kerk van Christus is een meester niet meer dan zijn slaaf, maar was je elkaars voeten. Paus Franciscus onderstreepte dat door in een gevangenis de voeten van twaalf gevangenen te wassen. Hij sprak daarbij de woorden ‘Zorg dat je broeders bent, niet in ambitie maar in dienstbaarheid’. Zo wordt Witte Donderdag een moment dat ons er weer aan herinnert nederig en dienstbaar de weg achter de Heer te gaan. Elkaar dienen, ook dat is leven met het oog op de toekomst.

De lezingen gaan over de voetwassing. Bij de schikking is een schaal en een handdoek geplaatst. Brood en wijn worden verbeeld door de korenaren en de druiventros.

Fetsje stak deze avond de kaars aan voor alle slachtoffers van het geweld in de wereld.