Woordeloos blijven de leerlingen achter. Ze kregen een hemels perspectief op Jezus. Een ervaring die alle werkelijkheid tart. Jezus, Gods zoon!

Lucas 9:28-36
Het gedeelte over wat wel de verheerlijking van Jezus wordt genoemd, volgt na een toespraak van Jezus over Hem navolgen, zelfverloochening en je kruis opnemen. Wie zich schaamt voor de Mensenzoon, citeert Lucas, voor diegene zal de Mensenzoon zich schamen als Hij in de stralende luister van de Vader komt (26). Een ingewikkeld tekst, maar toch goed te noemen, omdat juist die stralende luister terugkomt in vers 28-36. Dan vervolgt Lucas met de beschrijving van Jezus die met Petrus, Jakobus en Johannes de berg op gaat. Het lijkt alsof de toekomst, waar Jezus het een paar verzen daarvoor over had, zich voor hun ogen opent. Terwijl de drie leerlingen slapen spreekt Jezus met Mozes en Elia over de dingen die gaan komen, de weg die Jezus moet gaan naar Jeruzalem. Als even later Petrus en de anderen wakker worden bevestigt een stem uit de wolk die over komt drijven het Zoon-zijn van Jezus. Zou je kunnen zeggen dat Jezus in Lucas 4 de Vader erkent, hier wordt Jezus erkend als de Zoon. Als lezer zit je misschien wel op dezelfde manier in het verhaal als de leerlingen. We lezen wat er gebeurt en welke woorden er worden gesproken. Een moment om stil te staan en stil te worden, een heilig moment.

In deze lezing staat de verheerlijking op de berg centraal, een beeldend verhaal en tegelijkertijd niet zichtbaar. Tegelijkertijd gaat het verhaal ook over ontmoeting. Tussen de structuur, op tweederde hoogte, plaatsen we een prop wikkeldraad of een stukje kippengaas. Het is de bedoeling om een wolk te maken: het is er en we kunnen het niet goed zien. De wolk is ook een directe verwijzing naar de tekst waar het gaat over de stem die uit de wolk komt. De wolk wordt gevuld met uitgebloeid pampasgras en gipskruid.