Er is een veelgebruikte oefening waarbij iemand zich vanaf een tafel achterover in opvangende armen laat vallen. Een oefening in vertrouwen. Voor we het
weten laten we ons vallen in de armen van bestaanszekerheid, dagelijks brood, onze positie, macht. Jezus vestigt echter
de blik op waar het om gaat: God is de betrouwbare en heeft de tijden in de hand. God komt de aanbidding toe.

Lucas 4:1-13
Een bekende tekst op de eerste zondag van de vastentijd. En eigenlijk ook een hele mooie en toepasselijke. Aan het begin van de Veertigdagentijd lopen we aan de hand van Lucas eerst met Jezus de woestijn in en lezen we hoe Hij door Zijn tegenspeler wordt uitgedaagd. Drie beproevingen: een steen die brood kan worden, de macht over de wereld in handen kunnen krijgen en God uitdagen door van de tempel te springen. Tot drie keer toe gaat Jezus niet in op de vraag, maar wijst Hij op wat er geschreven en gezegd is. De hoofdboodschap: een leven met God betekent dat je niet altijd de makkelijkste weg gaat, wel dat je probeert in afhankelijkheid van hem te leven. Indirect is de boodschap ook helder: God is God en de aanbidding komt alleen Hem toe, Hij heeft de tijden in zijn hand.

De mens wordt op de proef gesteld. Er zijn drie vergezichten die aanlokkelijk zijn, maar niet leiden naar waar het echt om gaat. Er staat: de mens leeft niet van brood alleen. Tussen de grassenstructuur
plaatsen we tarwearen en/of gerstearen, als verwijzing naar die zinsnede. In de pot zijn bloeiende primula’s geplaatst, op zo’n manier dat de bloemen net boven het randje uitkomen. De primula heeft de Nederlandse naam hemelsleutels en symboliseert in deze schikking datgene waar het om gaat, betekenisgeving.

Bij het bloemstuk is een kaars aangestoken voor de slachtoffers in de Oekraïne.