In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. (Johannes 1:4)

Stralend licht, de nieuwe dag begint met sterren in de nacht.

‘Het licht schijnt in de duisternis.’ Als je die woorden uit Johannes leest, lijkt de timing van het kerstfeest niet geheel toevallig gekozen. Het is vandaag 25 december en een van de kortste dagen van het jaar. Buiten is het donker en overal ontsteken mensen het licht. Omdat ze zeker vandaag niet in het donker willen zitten. Licht, we verlangen ernaar en hebben het nodig. Johannes geeft het licht nog een extra dimensie. In het licht van Kerst, de komst van Christus, zo schetst Johannes, is ook het leven zelf gekomen. Het licht voor de mensen is het leven voor de mensen. Licht en leven. In de paaskaars zien we beide iedere zondag ontstoken. De komst van Christus is meer dan alleen de flonkering van een kaars in de kerstnacht: het betekent de komst van het leven zelf.