Zoals je weet, volgde ik op 14 en 15 juni jl. twee dagen nascholing rond het thema ‘Kerk in het Dorp’. Ook hier willen wij immers kerk midden in de dorpsgemeenschap zijn. Het was mijn eerste tweedaagse online-cursus en het bleek te werken, maar elkaar twee dagen alleen maar ontmoeten vanachter een computerscherm smaakt niet echt naar meer. Het was een goede en waardevolle cursus, dat was het mooie, de overvloed, maar het was tegelijkertijd ook ‘behelpen’.

Het was een van de vele nieuwe ervaringen in deze coronatijd. Een voorbeeld van ‘As it net kin sa’t it moat, dan moat it mar sa’t it kin’, waar we in onze dorpen en onze kerkgemeenschap in deze coronatijd ook heel bedreven in zijn geraakt. En dan blijkt er veel te kunnen, vaak meer dan je misschien dacht. Heel vaak inspirerend, heel vaak tegelijk ook vermoeiend.

We misten tijdens deze twee cursusdagen voortdurend de live ontmoeting met elkaar, die het volgen van nascholing juist altijd zo extra bijzonder maakt. Ben je als predikant toch vaak een solist, op zo’n cursus zit je ineens in een hele groep. Dat doet goed en dan valt er veel met elkaar te delen.

Veel mensen hebben online de afgelopen tijd veel bijgeleerd. Toch blijft het wonder van techniek me verbazen, dat we elkaar op een scherm konden ontmoeten uit alle hoeken van ons land. Dan merk ik weer dat er in de eerste helft van mijn leven nog geen enkele computer wás…

Soms luisterden we naar een presentatie van de docenten. Tussendoor drukten de docenten regelmatig op een magische knop, waardoor we ineens in ‘breakout-rooms’ terechtkwamen om in kleine groepjes van 3 of 4 aan opdrachten te werken. Na een bepaalde tijd kwamen we dan zomaar weer in de grote groep terecht. Misschien is het voor jou dagelijkse kost, voor de gemiddelde dominee (nog) niet, vermoed ik zo…

Vaak ging er ook iets mis met je verbinding, bleek je ineens niet meer deel te nemen. Zo belandden een collega uit Noord-Holland en ik ineens ook per ongeluk in soort wachtkamer…, zonder dat we weer in de groep konden komen. We lagen er een dik half uur uit en dat werd niet opgemerkt door de groep. Tja, wat doe je dan? Gelukkig was ik daar niet alleen. We waren met z’n tweeën en hadden een heel leuk gesprek. Behelpen werd ook hier weer overvloed.

De komende tijd zal ik fragmentarisch wat vruchten uit deze cursus hier delen.

Het begon met een prachtig filmpje uit het land rond het thema ‘Kerk en dorp’, te leuk zijn om niet te delen. Bovendien: de vakanties zijn net voorbij, ik zal het hier niet te moeilijk maken. Het filmpje is heel aardig om zelf ook eens te bekijken als je computervaardig bent: Ode aan het dorp – Muzikale ode door fanfare Erato – Spanbroek aan Spanbroek-Opmeer. In première gegaan op 3 juni 2021: https://www.youtube.com/watch?v=6H9vrjHvwpc

Het dorp(s-leven) wordt hierin prachtig bezongen, vanuit huiskamer, dorp, kerk. Dorp en kerk worden niet als twee losstaande grootheden gezien, maar in nauwe verbinding met elkaar. Ook de (waarde van de) kerk komt als deel van het dorpsleven voorbij in dit lied.

Creatieve vraag aan jou: *Welk lied zou jij hier over ons dorp en kerk willen maken? Wat moet er in ieder geval in beeld? Stuur het op of mail het naar: wiebrigdeboer@cs.com en ik maak er alvast een mooie collage van.

Voor nu nog een paar prachtige dingen die ik optekende tijdens deze cursus, die tot nadenken stemmen:

*Vergeet nooit dat je als kerk één van de zeldzame plaatsen bent voor gemeenschap, gebed”. Nu de kerk kleiner wordt, neemt soms ook de eigen verlegenheid van mensen t.a.v. de kerk toe. Dan kan het helpen om dit niet te vergeten en op waarde te blijven schatten.

*Het helpt – bij een kleiner wordende kerk – om te kijken wat er is en naar wat zich aandient aan mogelijkheden. Het werkt niet echt inspirerend om (ongemerkt) te spreken over wat er ‘nóg is’ aan kerkelijk leven… Betrap je je zelf daar wel eens op, dat je zo over de kerk spreekt?

*Geloof, hoop en liefde, spiritueel verlangen, besef van het heilige, dat is niet alleen in de kerk te vinden, maar ook evengoed in het dorp. Als je er op die manier naar leert kijken, waar is het gemeenschappelijke daarin dan te vinden? Waar is kruisbestuiving mogelijk tussen kerk en dorp? Ook al spreek je niet altijd (meteen) dezelfde taal?

Hoe wil je en kun je verbindingen leggen tussen kerk en dorp?

Volgende keer weer wat zinnige fragmenten uit deze nascholing.

We zaten trouwens ook nog te chatten tijdens de presentaties en breakoutrooms. Zo kwam ook nog een prachtig lied voorbij ‘Dit huis, een herberg onderweg’ van ds. A.F. Troost. Uit: ‘Zingende gezegend’, lied 213, melodie psalm 84:

Dit huis, een herberg onderweg
voor wie verdwaald in heg en steg
geen rust, geen ruimte meer kon vinden,
een toevluchtsoord in de woestijn
voor wie met olie en met wijn
pijnlijke wonden liet verbinden,
Dit huis, waarin een gastheer is
dit huis, waarin men smarten deelt,
weet hoe Gods liefde harten heelt.

Dit huis, waarin een gastheer is,
wiens zachte juk geen last meer is,
dit huis is tot ons heil gegeven: 
een herberg voor wie moe en mat
terzijde van het smalle pad 
struikelt en langer niet wil leven –
plaats tegen de neerslachtigheid, 

Dit huis, met liefde opgebouwd,
dit gastenhuis voor jong en oud,
ligt langs de weg als een oase; 

hier kan men putten: nieuwe kracht,
hier is beschutting voor de nacht, 

hier is het elke zondag Pasen!
Gezegend alwie binnengaat 

en hier zijn lasten liggen laat.

Met vriendelijke groet,

jo/dyn dûmny, Wiebrig de Boer-Romkema