De aarde is vervuld

van goedertierenheid,

van goddelijk geduld

en goddelijk beleid.

Gods goedheid is te groot

voor het geluk alleen,

zij gaat in alle nood

door heel het leven heen.

De sterren hemelhoog

zijn door dit zaad bereid

als dienaars tot de oogst

der goedertierenheid.

Het zaad der goedheid Gods,

het hoge woord, de Heer,

valt in de voor des doods,

valt in de aarde neer.

Al gij die God bemint

en op zijn goedheid wacht,

de oogst ruist in de wind

als psalmen in de nacht.