Als iemand de Waarheid spreekt, komt dat hard aan. We zouden de Waarheid kunnen omarmen, maar lopen er vaak liever voor weg. Of erger nog: we maken Hem voor leugenaar uit. We zien het gebeuren, de dag dat Jezus wordt veroordeeld en gekruisigd. Maar ook nu nog, wijzen we de Waarheid af. Vandaag staan we hier bij stil en keren ons naar binnen. We onderzoeken ons eigen hart. Zijn wij bereid om de Waarheid te horen? Of wijzen we Hem af, zelfs tot in de dood?

De tekst komt uit het gedicht van Menno van der Beek (couplet 6)
Zijn hart was vast te groot, want de regering, het geld, de macht en andere groeperingen hebben hem opgepakt en ergens opgesloten waar wij dan weer geschrokken op bezoek gingen.

Bij de schikking
Op Goede Vrijdag staat de kruisiging centraal. Een -dood- stille tijd. Het verraad, de verloochening en de
kruisiging. Tussen de stenen worden zilverlingen gelegd als verwijzing naar het verraad. Een kruis van stekelige
acaciatakken ligt horizontaal of staat verticaal in het hart. Het hart is gesloten. We richten ons niet meer naar
buiten, we zijn naar binnen gericht.