Er is moed voor nodig om in tijden van onzekerheid en verdriet onze huizen, harten en gedachten open te zetten. Soms zitten we zo vast in onze eigen gedachten, dat we een heel nieuw perspectief nodig hebben dat alleen een vreemde ons kan bieden. Een ontmoeting met een vreemdeling, die ons leven in een nieuw licht beziet, is dan een groot geschenk. Laten we doen als de Emmaüsgangers en ons openstellen voor onverwachte ontmoetingen. Wie weet ontmoeten we Jezus zelf in de ander.

Vooral bij een paar glazen mooie wijn: toen hij een aantal diepe dingen zei vielen alle gesprekken op hun plaats en zagen we de dwarsverbanden. Eindelijk.

De teksten komen uit het gedicht van Menno van der Beek (couplet 1 en 2)
Hij hing op straat rond. Ik had geen idee wat hij daar deed. Beleefd vroeg ik hem mee en bij het eten kwam hij langzaam los en nam hij ook het woord. Dat hebben we geweten.

Bij de schikking
Het delen van brood en wijn verbindt ons aan het verhaal op de Witte Donderdag. De glazen vazen worden omgeruild voor wijnglazen, gevuld met wijn. De korenaren die we gebruikten bij de schikking ‘De hongerigen voeden’, accentueren nu de lijn van het open hart.