7 keer barmhartigheid

We zorgen voor de doden, omdat we zorg dragen voor elkaar tot het einde. Ieder leven is van waarde. Ieder leven wordt gezien. We noemen iemands naam en geven hem of haar een plek. We spreken onze hoop uit dat de dood niet het einde is. We geven het lichaam terug aan de aarde, waar het wacht. Net als een zaadje, is het in rust tot het tijd is om te ontkiemen in een nieuw leven.

‘Toen de zon was ondergegaan dolf ik een graf en
begroef ik het lijk’ – Tobit 2:7
Wie Mattheüs 25 leest, komt dit werk van barmhartigheid niet tegen. Toch is het al snel een van de werken geworden. Volgens sommigen om op zeven werken uit te komen. Volgens anderen omdat het begraven van de doden zeker net zo’n plicht is als iemand te eten geven: het niet doen is geen optie. Het goed begraven van de doden is in Bijbels perspectief een belangrijke gebeurtenis.
Jakob laat zijn zonen zweren dat ze zijn lichaam meenemen als ze uit Egypte zullen gaan. En Jozef van Arimathea besteedt alle moeite om Jezus goed te begraven. Ook na de dood draag je zorg voor iemand en bevestig je op die manier zijn bestaan.
Vanaf de vroege kerk speelt in het licht van de opstanding nog iets anders mee. De doden begraven betekent ook dat je iemand als het graan in de akker legt, in afwachting van de grote dag. En zo dragen we ook vandaag nog altijd zorg voor onze doden. Ze zijn ons voorgegaan, en samen met hen kijken we uit naar de
dag van het nieuwe leven.

Bij de schikking
Respect hebben voor de overledenen, de doden begraven, het leven gedenken. Woorden die bij elkaar horen. In de vazen plaatsen we paarse tulpen, paars is de kleur van reflectie en gedenken. De tulp, het symbool dat we eerder gebruikten om het gebed te symboliseren, past ook mooi bij deze thematiek. De verbinding tussen de vaasjes wordt gelegd door rozemarijn. Het bitterzoete kruid, de herinnering aan
leven.