Zeven keer barmhartigheid

Kleding biedt ons bescherming tegen hitte, tegen kou en tegen de blikken van andere mensen. Ook vertellen we met onze kleding graag iets over wie we zijn en hoe we ons voelen. We kleden ons mooi, netjes, feestelijk, gedecideerd, creatief. Laten we dit iedereen gunnen en ruimhartig delen van wat we hebben. Laten we ons bovendien bewust zijn van waar onze kleding vandaan komt en ons niet bekleden met onrecht.

‘Ik was naakt en jullie kleedden mij’ – Mattheüs 25:36
Wie vroeger z’n vijand echt wilde vernederen, nam hem mee zonder kleren. ‘Naakt en barrevoets’, schrijft Jesaja.
Veel dieper kon je als mens niet zinken. Naakt zijn betekent niet alleen dat je geen kleren om je lichaam hebt, maar ook dat er geen plek voor je is in de gemeenschap. Je bent weerloos, in alle opzichten. Overdag de gesel van de zon waar niets je tegen beschermt, ‘s nachts de kou.
En dag en nacht de schaamte van het naakt zijn. Het hebben van kleding was geen vanzelfsprekendheid. Door de hele Bijbel heen vind je de oproep te delen van je kleding. De heilige Maarten trok zich deze oproep aan toen een bedelaar hem om kleren smeekte. Hij sneed zijn mantel in tweeën. Achter de kleding zit de vraag naar waardigheid. Wellicht is het daarom dat Paulus het beeld van kleding gebruikt als hij het geloof ter sprake brengt. Wie bekleed is met Christus, ontdekt hoe God hem voluit mens wil maken.
In navolging van Jezus kleden we de ander, letterlijk en figuurlijk, en helpen we om mensen waardigheid te geven.