Hieronder een redactioneel artikel uit ons kerkblad “Op ‘e Hichte”.

Mij bekruipt een ongemakkelijk gevoel als ik volg wat de laatste tijd is en wordt gezegd en geschreven over burgers die worden gemangeld door de overheid. Zoals dat verhaal over een vrouw met een bijstandsuitkering in het Noord-Hollandse Wijdemeren die ruim 7000 euro moest terugbetalen aan de gemeente omdat familieleden hun boodschappen betaalden. Die zegt ‘gewoon’ de wet te volgen. Even later berichtte Trouw over een familie in Heerenveen waarvan de dochter bijna 7700 euro moest teruggeven. Zoals gebruikelijk begonnen verschillende politici zich ermee te bemoeien. Tweede Kamerleden buitelden over elkaar heen om duidelijk te maken, dat het allemaal de schuld is van deze regering. Net zoals dat gebeurt bij het debat in dezelfde kamer over de toeslagenaffaire bij de belastingdienst. Het kabinet heeft zijn aftreden ingediend, maar dat is volgens velen lang niet genoeg. Er moet meer gebeuren, de premier en anderen zouden zich ook moeten terugtrekken als lijsttrekkers bij de volgende verkiezingen.

Wat ik mis in beide voorbeelden is de eigen rol van de schreeuwers en hun partijen. Hoe was hun eigen opstelling bij de aanpassing van bestaande regels toen bleek, dat een aantal Bulgaren gebruik maakte van leemten in onze wetgeving om op een eenvoudige manier een uitkering te bemachtigen? In mijn beleving vond toen nagenoeg elke politieke partij dat ieder misbruik in de toekomst genadeloos moest worden afgestraft: zoiets mocht nooit weer gebeuren! Dat maakt hen op zijn minst medeverantwoordelijk in de net genoemde voorbeelden. Daaraan voorbijgaan vind ik een vorm van hypocrisie.

Hetzelfde zie je in de Verenigde Staten van Amerika. De vorige president kon onder bescherming van zijn eigen republikeinse partij vier jaar lang zijn gang gaan bij het voorliegen en ophitsen van zijn aanhang. Denk alleen maar aan zijn beweringen dat alleen hij de presidentsverkiezingen kon hebben gewonnen. Zelfs nadat een aantal van z’n eigen partijgenoten die verantwoordelijk waren voor het tellen van de stemmen in verschillende staten én de rechterlijke macht, zijn beweringen hadden weersproken. Pas nadat begin januari het Capitool werd bestormd kwamen veel republikeinen hakkelend tot bezinning en namen ze afstand van deze figuur. Alsof ze zelf niet in hoge mate medeverantwoordelijk waren voor deze situatie, omdat ze “hun” president vier jaar lang de hand boven het hoofd hadden gehouden.

Leven met een masker op, in de politiek zien we dat vaker. Ongemakkelijk is wel de vraag, of we er zelf altijd vrij van zijn. Als ik eerlijk ben…
Arie