In het zomernummer van “Wordt Vervolgd”, het magazine van Amnesty International,

Arnon Grunberg

een artikel van Arnon Grunberg over racisme. Hij staat daarin stil bij de onwil van velen om met een objectieve blik te zoeken naar de historische oorzaken ervan. Hieronder zijn analyse.

Het woord “racisme”, en dat geldt ook voor “antisemitisme”, wekt onbehagen. Racistisch en antisemitisch zijn altijd de anderen. Wat onverlet laat dat racisme niet alleen een Amerikaans probleem is, zoals antisemitisme in Nederland ook niet alleen voorkomt onder Marokkaanse jongeren. Al vinden sommige mensen het prettig om te doen alsof dat wel zo is. Men schuift het probleem en de schuld van zich af.

Hoewel slavernij en de Holocaust twee verschillende zaken zijn, kun je zeggen dat de onwil om de confrontatie met het verleden aan te gaan groot is. Ik heb het niet over schuld – schuld blijft een individuele aangelegenheid. Die onwil maakt gesprekken over antisemitisme en racisme ingewikkeld, misschien onmogelijk.

Historische verantwoordelijkheid is een precair begrip. Men moet accepteren dat men deel uitmaakt van een traditie, van een akelige traditie, van een gemeenschap die niet gescheiden kan worden van dat akelige. Ik weet even geen beter woord.

Maar ik ben liefhebber van een begrip als “white privilege”. Er bestaan allerlei vormen van privilege, ik weet niet eens of het witte privilege het meest in het oog springende is. Waar het om gaat is dat dat begrip reductionistisch is, het reduceert mensen tot de groep waartoe ze zouden behoren, en precies dat moet worden voorkomen, ook als het gaat om een meerderheid.

Zoals ik overigens ook meen dat een slogan als “white silence is violence” (witte stilte is geweld-red.) onzinnig is. Wij kunnen van mensen geen heldendom verwachten, ook niet het kleine heldendom. Wij kunnen mensen aanmoedigen, maar gebrek aan heldendom is geen misdaad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben overal in Europa mensen zo goed en zo kwaad als dat ging hun dagelijkse leven geprobeerd voort te zetten. Dat was niet heel moedig, misschien zelfs verwerpelijk, maar ook begrijpelijk.
Diep in onze traditie zitten het racisme en het antisemitisme, en de vraag is hoe daarover gesproken kan worden zonder te vervallen in een kokette vorm van boete te doen die je tot niets verplicht.

In een aantal Amerikaanse staten heeft een zwarte jonen die nu geboren wordt een lagere levensverwachting dat een jongen in Bangladesh of India. Beter kan het reële effect van racisme nauwelijks worden aangegeven.
In Nederland worden statistieken voornamelijk gebruikt als stok én excuus om Marokkanen mee te slaan, vermeende of werkelijke oververtegenwoordiging in bepaalde criminele statistieken, het zou interessant zijn na te gaan wat de levensverwachting van diverse etnische groepen is, zowel van mannen als vrouwen. Meten is soms echt weten.

Natuurlijk zullen er mensen blijven die racisme vergoelijken (iedereen discrimineert) en de vergoelijking van racisme zal eindigen bij de vergoelijking van de Holocaust.
Alles om geen historische verantwoordelijkheid te accepteren.
Men waant zich net als de oude aristocratie heer en meester over de “horigen”, maar net als bij de aristocratie kiert het verval overal doorheen.