In ons kerkblad “Op ‘e Hichte” staat in het juli/augustus nummer het volgende redactionele artikel:

Met de regelmaat van de klok duiken in de media berichten én waarschuwingen op die te maken hebben met een ondergraving van onze rechtsstaat. Vaker dan je zou wensen bezondigen ook politici zich daaraan. Zij uiten gauw eens kritiek op rechterlijke uitspraken. Volgens hen gaan rechters dan ten onrechte op de stoel van de wetgever zitten. Zo was er een poos geleden commentaar vanuit de politiek op de ingrijpende uitspraak van de Raad van State over het stikstofbeleid. Hetzelfde gebeurde na rechterlijke uitspraken over de inspanningsverplichting om kinderen van Syriëgangers terug te halen. En laat ik de parlementariërs niet vergeten, die zich snerend uitlaten over rechters.

Een aantal maanden geleden haalde Henk Naves, de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, stevig uit naar de criticasters. Volgens hem moeten de betrokken politici de hand in eigen boezem steken. Zij behoren hun verantwoordelijkheid te nemen als wetten niet de gewenste uitkomst hebben in de rechtszaal. “Stop met het verschuilen achter ónze toga en neem verantwoordelijkheid voor wetgeving die kennelijk tekortschiet. Rechters passen het recht toe zoals dat is vastgesteld door de wetgever en toetsen aan internationale verdragen, zoals deze zijn omarmd door het parlement. Regels waar óók de overheid zich aan moet houden.”

Eerder luidde oud-vicevoorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, in de NRC de noodklok over de kwalijke rol van overheid. “We laten de fundamenten onder de democratische rechtsorde langzaam maar zeker verrotten”, zo stelde hij, “terwijl zij het enig overgebleven gemeenschappelijk fundament onder onze samenleving zijn dat ons nog rest. Een fundament dat op dit moment meer nodig is dan ooit, om stabiliteit te bieden in onzekere en verwarrende tijden.” Hij doelde erop dat belangrijke overheidsorganisaties in gebreke blijven bij de uitvoering van hun taken. Denk aan de chaos bij de belastingdienst, of bij het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) dat jarenlang signalen over systematische fraude van buitenlandse werknemers naast zich neer had gelegd.

Deze berichten geven me een naar gevoel. Politici weten beter. Meestal is het om de gunst van de kiezer dat zij onze democratische regels aan hun laars lappen. In onze grondwet is een scheiding vastgelegd tussen de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht. Dat betekent bijvoorbeeld, dat ons parlement de wetten maakt. De regering moet die uitvoeren. De rechterlijke macht moet handelingen van burgers en overheid toetsen aan die wetten. Wie bewust aan die scheiding voorbijgaat, speelt met vuur. Rechteloosheid – het recht van de sterkste – ligt om de hoek.

Arie