Meditatie

‘Minder vliegen’ – dat klonk als oproep in de laatste ‘normale’ dienst voor het coronatijdperk, op de avond van biddag. ‘Minder vliegen’, minder in het vliegtuig stappen werd bedoeld, als een van de stapstenen onderweg naar een meer duurzame samenleving, naar groener leven. We kúnnen nu niet eens meer vliegen, ook al zouden we het willen. Het ongebreidelde vliegverkeer over de hele wereld is ineens bijna stilgevallen. Daar zouden we wellicht nooit uit onszelf toe zijn gekomen… Het zet ons letterlijk stil op de plek waar we leven en stil bij de vraag: moet dat op deze manier wel zo doorgaan, tegen elke prijs? Of zijn we samen volkomen uit de bocht gevlogen? En: als we wel weer kunnen vliegen op een dag, waar kiezen we zelf dan voor? Gaan we zo snel mogelijk terug naar het oude normaal of kiezen we er anders mee om te gaan? Zal minder vliegen nu ook echt werkelijkheid blijven?

Ons hoofd en hart maken in deze tijd vele vlieguren omdat deze coronacrisis ons confronteert met vele vragen over hoe we onze samenleving willen inrichten, wat we eigenlijk echt belangrijk en waardevol vinden, voor anderen, voor onszelf. Zal dat ook onze keuzes beïnvloeden voor de langere termijn, onderweg naar een duurzamer leven, een wereld waar het goed toeven is voor iedereen? Kan dat het nieuwe normaal ook worden?

Groener leven… Ik heb het idee dat we in deze tijd weer meer het groen opzoeken, gaan wandelen en fietsen als vanouds. En dat we weer met nieuwe ogen leren zien hoe mooi het ook hier is, heel dichtbij. Dat we weer beseffen hoe mooi de eindeloze tuin rondom Wirdum is, een tuin die vrij toegankelijk is. En hoe anders dat zal zijn als je driehoog achter woont in een grote stad.
Duurzamer leven heeft ook te maken met duurzaam met jezelf omgaan. Dat je niet steeds topsport van je zelf vraagt, maar duursport leert beoefenen.
Soms hoor je mensen zeggen dat ze nu eindelijk tijd hebben voor een goed boek of een ander ontspannend tijdverdrijf. Je zou kunnen denken dat je in deze intelligente lockdown meer tijd overhoudt dan anders. Meer stilte vindt en tijd voor bezinning. Dat zou mooi zijn.

Da. Wiebrig de Boer Romkema

Maar toch gaat dat blijkbaar niet vanzelf. Want vaker lijkt het alsof mensen het nog nooit zo druk hebben gehad. Onze gedachten en gevoelens vliegen wat af in het je proberen aan te passen aan deze vreemde tijd, aan alle beperkingen waar je tegenaan loopt. Meer thuiswerken, handig moeten worden in de online communicatiemogelijkheden, want die nemen een hoge vlucht. Kinderen en jongeren die deels of helemaal nog wachten op weer naar school gaan. Docenten die nog niet weten hoe ze handen en voeten moeten geven aan lesgeven
op anderhalve meter. Zorginstellingen waar je nog steeds niet helemaal ongehinderd op bezoek kunt gaan. Niet naar je sportschool kunnen. Je kunt zelf deze waslijst nog veel langer maken vermoed ik.

Het nieuwe normaal wordt wel ietsje normaler voor mijn gevoel, alsof het ietsje meer gaat wennen. Tegelijk raken we niet goed thuis in dit nieuwe normaal, waarin je zoveel mist. Er treedt bij velen wat coronamoeheid op. Het ritme is eruit, er is zoveel waar je nu ineens over na moet denken, wat anders z’n gangetje wel ging, vanzelfsprekend was.
Je merkt weer op hoe weldadig structuur en ritme vaak zijn. Als het vanzelfsprekende wegvalt, zie je dat vermoeidheid om de hoek komt kijken. En je maakt, vaak onbewust, vele vlieguren in het nadenken over: Hoe ga ik hier nu weer het beste mee om? Als het niet op de gebruikelijke manier kan, hoe kan het dan wél? Je moet steeds weer de beste vliegroute bedenken in een bepaalde situatie. Ook in ons dorp en in onze kerkgemeenschap.

Het is bijna Pinksteren, nu ik dit schrijf. Heerlijk is, dat dit feest van de Geest niet om minder vliegen vraagt, vliegen wordt juist volop aangemoedigd. Want de Heilige Geest, Vogel Gods, kan ongebreideld vliegen en ze blijft dat doen. We worden er heel van, het is de Trooster, die ons duurzaam in liefde draagt op haar vleugels. Ze inspireert ons, enthousiasmeert ons, zet ons weer in beweging. Of we nu wind onder onze vleugels voelen of juist vliegmoe of vleugellam zijn, we mogen weten dat enthousiasme betekent: In-God-zijn. Waar we ook zijn, hoe we er ook aan toe zijn, we leven, bewegen en zijn in God, op de vleugels van zijn Geest, die ons be-ademt.

Wat deze tijd ook leert, is dat we op de vleugelslag van Gods Geest, ook vindingrijk kunnen worden. Dat we ineens ontdekken wat wél mogelijk is binnen alle beperkingen, hoe grenzeloos creatief we blijken te kunnen zijn.
We zullen het nodig hebben, wie weet voor hoe lang nog in deze coronatijd.
Laten we blijven bidden en zingen:
Kom Heilige Geest, Gij vogel Gods, daal neder waar gij wordt verwacht.

Tot slot een prachtig lied over deze vogel Gods, lied 701 uit ons Liedboek, om buiten in het groen te lezen of te zingen, of bij te mediteren als je even tot rust wilt komen.

Sy sit as in fûgel, briedend op it wetter,
sweevjend oer de gaos fan ’e earste dei;
sy suchtet en sjongt, mem fan hiel de skepping,
wachtsjend om te bernjen wat it Wurd har seit.

Sy wjukket oer de_ierde, rêst wêr’t se mar winsket,
ljochtet tichteby of fljocht heech troch de loft;
sy fynt memme skurte, wachtsjend op it wûnder,
koesterjend in mooglikheid dy’t nimmen sjocht.

Sy dûnset yn fjoer, ferbjust’ret wa’t har sjogge,
wekket stomme tongen ta útskroevenheid;
sy stipet en trunet alle iepen herten,
nimmen dy’t har fêstset of har ’t near opleit.

Want sy is de Geast, ien mei God fan wêzen,
jefte fan de Rêder, iiv’ge leafdegloed;
en sy is de kaai dy’t de Skriften iep’net,
fijân fan ’e sleauwens, do fan boppen stjoerd.

Met vriendelijke groet,

Uw/jouw dominee, Wiebrig de Boer-Romkema