Verhalen, ze horen bij het leven. Ze vormen de grond onder ons bestaan. Verhalen vertellen ons waar we vandaan komen en wie en wat we zijn. Onze verhalen zijn met elkaar verbonden, vaak gaan ze samen verder. Denk aan de Bijbel, een boek vol verhalen over de Eeuwige, een God die met ons wil optrekken. Die ons wil steunen en troosten. Ons eigen verhaal wordt daardoor beïnvloed en krijgt een andere, diepere dimensie. In deze tijd gaat de aandacht vooral uit naar de gevolgen van het coronavirus. Logisch natuurlijk, want die verhalen raken ons allemaal. Minstens zo belangrijk zijn de verhalen over de bevrijding, 75 jaar geleden. Toen kwam er einde aan de Tweede Wereldoorlog. In voormalig concentratiekamp Auschwitz-Birkenau werd in januari herdacht dat het kamp 75 jaar geleden is bevrijd door het oprukkende Sovjetleger. Er kwamen ook vier Holocaustoverlevenden het woord. Zij vertelden onder meer over de verschrikkelijke periode waarin zij in het kamp gevangen zaten, over de dodenmarsen waaraan zij moesten deelnemen en over hun familieleden, die omkwamen in de gaskamers.

In de Friese media lazen we over jonge studentes die Joodse kinderen in de oorlog naar Fryslân smokkelden. En over talloze verzetsdaden tegen de wrede overheerser. Ook waren er stil-makende theatervoorstellingen, zoals de Joodse Bruiloft over de vooroorlogse Joodse wijk in Leeuwarden en haar inwoners.

In de jaarthematekst 2020 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft Prinses Mabel het ook over verhalen. Bijvoorbeeld over de oorlog in het voormalige Joegoslavië – op zo’n twee uur vliegen van ons land – tussen bevolkingsgroepen die decennialang vreedzaam naast elkaar hadden geleefd. Mensen werden verjaagd, verkracht en vermoord omdat ze tot een ‘andere’ etnische groep behoorden. Zulke verhalen vertellen, dat vrede en vrijheid, democratie en mensenrechten niet vanzelfsprekend zijn. Onze vrijheid, onze democratie, onze rechtsstaat en onze vrije pers lijken zo normaal, maar zijn dat allerminst. Ze zijn fragiel en vergen daarom dagelijks onderhoud. Vrijheid wordt niet gebouwd op grote mooie woorden, maar komt tot stand door kleine concrete daden. Daden om onrecht, ongelijkheid en onderdrukking uit te bannen. Daden om je medemens te laten weten dat hij of zij telt – net als jijzelf. Die daden – groot en klein – vormen de basis voor nieuwe verhalen. Verhalen die ons verbinden. Prinses Mabel begint en besluit haar lezing met de laatste regels uit het gedicht Vrede van Leo Vroman:

“Kom vanavond met verhalen – Hoe de oorlog is verdwenen,
En herhaal ze honderd malen: Alle malen zal ik wenen.

Arie