Palmzondag
Vandaag is het Palmzondag (Palmarum). De kerk gedenkt de intocht van Jezus in
Jeruzalem.

Jezus met kostbare olie gezalfd.  Mattheüs 26: 1-27, 66
De vrouw met de zalfolie staat in het midden. Wat zij doet is ingeklemd tussen het beraad in het paleis van Kajafas en het verraad van Judas. Dat zijn felle contrasten. Zo springt haar daad eruit. Wat zij doet en vooral wat Jezus erover zegt, is het centrum van dit Bijbelgedeelte.
Er komt een vrouw naar Jezus toe met een albasten flesje met zeer kostbare olie bij zich en goot die uit over Zijn hoofd. De discipelen reageren geschokt. ‘Wat een verspilling’. Dit kan wel een jaarsalaris kosten. Jezus verdedigt de vrouw. Hij laat de vrouw opstaan en eert haar. Hij zet de zaak op scherp door Zichzelf naast de
armen te zetten. Hij aan de ene kant, de armen tegenover Hem. Jezus zegt: Nu komt het Mij toe. Dat heeft te maken met het bijzondere moment. Armen zijn er altijd, Jezus nog maar enkele dagen. Op dit unieke moment moeten de armen plaatsmaken voor Hem. Jezus geeft een onverhoedse betekenis aan de zalving. Wordt Hij gezalfd zoals David tot koning of Aäron tot hogepriester? Nee, Jezus verbindt deze zalving
met Zijn dood. Zalven wordt balsemen. Dat heeft de vrouw zo niet bedoeld. Zij zalfde alleen zijn hoofd. Maar Jezus breidt het uit. Hij zegt dat ze Zijn lichaam heeft gezalfd.

Bij de schikking
In de lezingen op Palmpasen staat de zalving centraal. Als symbolen gebruiken
we allerlei verse kruiden die gebruikt kunnen worden bij een zalving. Een doek
rond de beker verwijst naar de balseming.