Wat leven we in uitzonderlijke en vreemde tijden. In heel korte tijd moesten we omschakelen naar een heel andere manier van leven en samenleven. Daar hadden we geen cursus voor gehad, we zijn allemaal plotsklaps en noodgedwongen uitvinders geworden.
Geroepen om als avonturiers op reis te gaan van dag tot dag en te trekken door een grotendeels onbekend en onzeker land.
Allemaal zijn we ontdekkingsreizigers geworden, op zoek naar wegen die begaanbaar zijn, naar houvast en zin.

Hoe leef ik met alle opgelegde beperkingen? Hoe ga ik met mijzelf en mijn naasten om? Hoe ga ik om met mijn emoties die nu voorbijkomen? Hoe blijf ik eenvoudig onderweg?
En hoe ga ik om met de lange duur hiervan, zonder dat je weet hoe lang dit alles zal duren?
Dat maakt het extra moeilijk, als je niet de dagen kunt tellen zoals een kind de dagen telt en afstreept tot het weer jarig zal zijn.

Kan ik mijn creativiteit nu vrij laten komen of maakt dit alles me juist futloos, moe en ongeïnspireerd? Het helpt vaak om wat je voelt er gewoon te laten zijn, het te verwelkomen en in het gezicht te zien. Dus niet alleen als je goed op weg bent als moedige avonturier, maar evengoed als je stil valt, de weg even niet meer weet of kunt gaan.

Als het vanzelfsprekende grotendeels anders geworden is, missen we het ‘gewone gangetje’, het gewone ritme. In het normale leven vinden we ‘het gaat zo z’n gangetje’ wel eens saai klinken. Nu weet je hoe fijn het kan zijn als je dat gewoon hartgrondig kunt zeggen, dat het z’n gangetje wel gaat.
Ritme geeft structuur aan de dagen. Structuur blijft ook nu heel belangrijk, om die elke dag met vallen en opstaan te zoeken en hopelijk te vinden. Niet zoals een ander dat doet, hoewel je daar natuurlijk wel van kunt leren, maar zoals het bij jou het beste past.

Een groot beroep wordt gedaan op ons vermogen om ons te leren aanpassen, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Vaak gaat dat samen met een mate van concentratieverlies. Dat je in de keuken bent en denkt: wat zou ik ook alweer doen? Dat je een boek wilt lezen, want nu kom je daar eens een keer aan toe nietwaar, maar dat de letters dan gaan dansen voor je ogen en niet binnen willen komen. Dat je merkt dat je hoofd vol zit, omdat het overuren draait. Dat je ’s nachts niet goed kunt slapen of ’s morgen alweer vroeg alert bent omdat de coronazorgen toch op de achtergrond aanwezig blijven, ook binnen in je.

Het zit in de kleine en in de grote dingen, dat je voortdurend moet zoeken en keuzes moet maken in wat wel en wat niet te doen en hoe iets misschien nu anders aangepakt kan worden.

Dat kan je heel onrustig maken en dan is het ook zoeken naar hoe en waar je rust kunt vinden. Volgens het scheppingsverhaal rustte God op de zevende dag van heel zijn scheppingswerk. De valkuil is nu dat je voortdurend ‘aan’ blijft staan en de uitknop niet zo goed weet te vinden. Dat je niet aan rusten toekomt, terwijl dat zeker nu broodnodig is.
Ik dacht hierbij aan deze tekst: Komt allen tot Mij en ik zal u rust geven.
En aan deze woorden van Jezus, Marcus 12: 30 en 31: heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.” Het is misschien goed als u de woorden ‘als uzelf’ niet overslaat. Dat wil namelijk ook nog wel eens een valkuil zijn om die woorden niet tot je te nemen en na ‘je naaste lief te hebben’ abrupt op te houden met lezen.

Ineens moeten we onszelf ook een beetje opnieuw uitvinden. Je ontdekt dat je ineens ook je kinderen les mag geven. Ga er maar aan staan! Je wordt ineens veel beter in digitale communicatie, omdat je zo nog wel contact kunt hebben met collega’s, met kinderen en kleinkinderen, met familie en vrienden. Om maar een paar dingen te noemen.

Ook in onze kerkelijke gemeente vinden we nu van alles uit, de kerkenraad probeert zo goed mogelijk hieraan leiding te geven. We zoeken naar wat prioriteit moet hebben en we geven hier vorm aan, samen met vele anderen, in verbondenheid met de gemeente als geheel. Laten we allemaal bidden om wijsheid en kracht.

Er zijn o.a. berichtjes gegaan via de groepsapp naar de kinderen van zondagsschool en Jeugd! Ook hier een dezelfde oproep aan kinderen en jongeren die buiten die groepsapps vallen: Kinderen en jongeren die willen appen met dominee Wiebrig: doe dat vooral als je dat wilt. Het mag van alles zijn: een afbeelding, een tekening, een gedicht, een gebed, een lied, een song, een verhaal, een vraag.

In de groepsapp van de middengeneratiegroep Jong Belegen wordt ook van alles van leven en geloven samen gedeeld.

Via onze website wordt het nodige gedeeld. En deze meditatie gaat – samen met informatie vanuit de kerkenraad – ook naar alle gemeenteleden die niet (zo) gewend zijn aan digitale communicatie.
In pastoraat en diaconaat wordt volop naar elkaar omgezien.
In dorp en kerk gebeurt allerlei goeds. Dat is bemoedigend en hartverwarmend.

Het is zo vreemd en verdrietig om niet samen te kunnen komen in de kerk. Hierbij
de teksten om alleen of samen te lezen, bij tot rust te komen.
Je kunt er ook over mediteren. Lees dan eerst de tekst, wees een tijdje stil en vraag je af: welk woord of welke woorden raken mij, blijven haken? Lees de tekst nog een keer,
‘proef’ de tekst a.h.w. nog een keer, bijvoorbeeld in een andere vertaling. En wacht dan wat de tekst je ‘teruggeeft’.

Psalm 95: 1 t.m. 7
Kom, laten wij jubelen voor de HEER, juichen voor onze rots, onze redding.
Laten wij hem naderen met een loflied, hem toejuichen met gezang.
De HEER is een machtige God, een machtige koning, boven alle goden verheven.
Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde, de toppen van de bergen behoren hem toe, van hem is de zee, door hem gemaakt, en ook het droge, door zijn handen gevormd.
Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de HEER, onze maker.
Ja, hij is onze God en wij zijn het volk dat hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid.

Lied 188 uit het liedboek bij het evangelie van zondag uit Johannes 4 over de vrouw bij de bron

Bij de Jakobsbron stond ik dorstig in de zon op het middaguur der schaamte.
Waar Hij, vreemd genoeg, mij, een vrouw, om water vroeg, mij, Samaritaanse.

Als je wist, sprak Hij, van Gods gave, jij zou mij nu om levend water vragen.
Water dat Ik geef lest je dorst zolang je leeft, laaft je alle dagen.

Refrein: Wij horen helder het geluid
            van levendmakend water
            Kom, schenk uw woord als water uit,
            vervul ons met genade.

Als een springfontein zal dit water in je zijn, de vervulling van verlangen.
Kruik, wat klink je hol, met je buik van leegte vol. Breek om te ontvangen.

Meer dan Jakob, Gij die uw bron ontsluit voor mij, laat uw zegeningen stromen,
Christus die mij drenkt en mij levend water schenkt, laat mij tot U komen

Refrein: Wij horen helder het geluid
            van levendmakend water
            Kom, schenk uw woord als water uit,
            vervul ons met genade.

Met vriendelijke groet,
met vrede gegroet en gezegend met Licht

uw/jouw dominee Wiebrig de Boer-Romkema

 

Classispredikant Wim Beekman stuurde op 19 maart de volgde brief: Coronabrief classis Fryslân