In ons kerkblad van december staat een mooie bespiegeling van de maand december:

December is voor mij toch wel zo’n beetje de feestmaand van het jaar met z’n sinterklaas, kerstfeest en oud en nieuw. Dat gevoel stamt uit mijn jeugd. Het begon al in november – sinterklaas had amper voet aan land gezet

Kerstmis en december, ze horen bij elkaar. Een hoogtepunt daarbij is voor mij is de kerstnachtdienst waarin we als dorpsgemeenschap samenkomen om eensgezind de geboorte van Jezus te gedenken. Op zo’n moment komen het belang en de betekenis van onze dorpskerk volop tot uitdrukking. Het kerstverhaal heeft gauw eens als vertellijn, dat iemand letterlijk of figuurlijk de weg kwijtraakt maar uiteindelijk weer thuiskomt. Als gemeente koesteren we die gedachte, van kerk als open, levend huis. Met als ideaal:

een kerk die niet op slot zit, waar mensen binnen kunnen lopen, elkaar niet beoordelen, waar niemand meer of minder is. Een kerk die open staat voor uitdagingen en waar wordt aangepakt wat beter kan. Waar jong en oud een open oor hebben voor elkaar. Een kerk waar mensen niet op slot zitten. Waar de ramen ogen zijn om te zien wat buiten gebeurt en buiten naar binnen kan kijken. Een gemeente die niet op slot zit, maar open naar de wereld, gastvrij, hartelijk, vol liefde voor wie in nood zijn. Een kerk waar God niet is opgesloten in dogma’s en vastgeroeste traditie, maar waar de mensen vertrouwen dat Hij voorgaat door de tijd. Waar mensen aanbidden met hart en ziel en plannen smeden voor diaconaal leven. Een kerk die leeft omdat Hij leeft, die zelfs door gesloten deuren tot ons komt. Een kerk waar je thuiskomt, altijd weer.

Herkent u deze woorden? Ze staan in ons beleidsplan. Als visioen voor onze gemeente die – getuige ook ons jaarthema – een open huis wil zijn. Met vallen en opstaan proberen we dat visioen dichterbij te brengen. Ook in het nieuwe jaar.

Arie