Een boeiend gebeuren rond het begin van een kerkdienst op Terschelling

Dit stukje heb ik spontaan geschreven na een dienst die ik bijwoonde op Terschelling, waar wij weer onze zomervakantie vierden. De dienst vond plaats op zondag 28 juli jl. in kerkgebouw ET 10 in Midsland Noord. Het thema van alle diensten in de zomerperiode daar is ‘De bakens verzetten en boeiende verhalen’. De dienst zou om 9.30 uur beginnen en om 9.29 was ik binnen. Meestal ben ik vroeg in de kerk als ik zelf dienst heb, nu was ik één van de laatsten. In de vakantiedracht van een luchtig zomerjurkje stapte ik de hal binnen, want het was in die dagen dat het steeds ruim boven de dertig graden was. De dominee, Mathilde de Graaff, en de andere ambtsdragers van dienst kwamen al richting de kerkzaal gelopen. Ze moesten wat langer wachten tot iedereen een plekje gevonden had. Werkelijk alle stoelen moesten erbij gesleept worden, de kerk was afgeladen vol. Alle leeftijden waren goed vertegenwoordigd. Er waren zo’n 60-70 kinderen, die allemaal op de rand van het liturgisch centrum mochten zitten. Je geloofde je ogen bijna niet. We wachtten in stilte, de ambtsdragers en wij die als laatsten binnen waren gekomen, tot het zover was dat de dienst dan toch kon beginnen.

Dan verbreekt één van de wachtenden plotseling de stilte. “Het is een wonder!” roept de oude vrouw voor mij uit, als ze haar ogen laat gaan over de kerk die werkelijk overvol raakt, als ze ziet dat er nóg niet genoeg stoelen zijn voor iedereen. Vervolgens kijkt ze verschrikt om zich heen naar de mensen die vlak bij haar staan te wachten en zegt dan beschaamd: “O, sorry, ik liet me even gaan!” En toen zei ik zomaar tegen haar: “Ik vond het wel mooi gezegd!”, waarna ik – in het voetspoor van deze vrouw – uitriep: “Dit is de kerk van de toekomst!” Niks lege banken, niks voorgoed voorbij, maar leve de kerk, leve de geloofsgemeenschap die tussen de bakens door wil koersen op hoop van zegen.
Toen zei de oude vrouw weer: “U klinkt als een dominee!” Waarop ik zei: “Dat ben ik ook, ook al zie je het er nu zeker niet direct aan af.” De dominee van ET 10 stelde zich toen voor en zei: “Neem straks maar flessenpost mee voor je gemeente in Wirdum, daar zit een uitnodiging in voor het inspiratiefestival van volgend jaar hier op het eiland.” En ze vroeg: Ken je deze gemeente? ‘Jazeker’ zei ik, en dat we nog een mooi stukje van haar hand hadden gelezen en besproken op een gemeenteavond het afgelopen jaar, het stukje ‘Fijne zondag!’ Dat vond ze leuk om te horen.
Nu konden ook de laatste gasten de kerkzaal binnengaan samen met de ambtsdragers en toen begon de dienst, letterlijk tussen twee grote boeien, een rode en een groene, die prominent op het liturgisch centrum stonden. De ouderling van dienst zei ‘Goedemorgen!’ en toen spontaan: ‘welkom in de kerk van de toekomst!’ Zo hadden we elkaar voor de dienst al over en weer geïnspireerd. Zo gebeurt er vaak spontaan al van alles aan moois, je hoeft er alleen maar oog en oor voor te hebben.
De dienst ging over bidden.

Een zin die ik meenam uit zoveel boeiends dat werd gezegd en gezongen: “Zoekt en gij zult vinden – zoeken en vinden staan niet los van elkaar, maar zoeken is onderdeel van vinden en dat je als mens altijd weer door God gevonden wórdt.” Zo merkte ik als kerkgaande dominee weer eens, dat iedere hoorder uit het vele dat te beleven en te horen valt in een kerkdienst weer iets anders meeneemt, door iets anders geraakt wordt. Op het strand van een kerkdienst vindt ieder mens weer iets anders dat waardevol is om te jutten, om even in de eilandtaal te blijven. Na de dienst gaf dominee Mathilde de Graaff iedereen een hand. “Hartelijke groeten aan de gemeente van Wirdum”, zei ze hartelijk en “Heb je de flessenpost mee?”
“Tussen bakens door koers zoeken” was het thema van de zomerdiensten daar. Op de ene boei stond ‘zoeken’ en op de andere ‘vinden’. Daar laveren we in leven en geloven op hoop van zegen tussendoor. We wensten elkaar zegen en alle goeds toe op onze eigen plek. En we hadden het erover dat we als kerken waar dan ook volop bakens aan het verzetten zijn op zoek naar water dat diep genoeg is om er niet in vast te lopen maar er overheen te varen op zoek naar toekomst.

Ik hoopte dat de oude vrouw haar spontane uitroepen zou blijven doen zoals ze voor de dienst zonder nadenken had gedaan met ‘Het is een wonder!’ en dat ze zich misschien op een dag daar niet meer voor zou generen en verontschuldigen. “Ik neem de flessenpost mee naar de gemeente”, zei ik tegen de dominee, “en naar de kerkenraad”. “Eerst maar vakantie houden”, zei ze quasi-streng tegen mij. “Dat heb je als dominee ook nodig om weer op te laden”. En ik lachte naar haar en zei: “Dat klopt, en wanneer heb jij dan vakantie in deze zomerdrukte?” “In september!”, zei ze lachend. “Goede vakantie dan alvast”, zei ik, “en tot ziens”.

Laat het wonder dat we gemeente van Christus mogen zijn midden in deze wereld ons ook in dit nieuwe seizoen weer blijven bemoedigen en inspireren. Dat we tussen de boeien door koers durven zoeken op hoop van zegen.
Met vriendelijke groet,
Uw/jouw dominee, Wiebrig de Boer-Romkema